Een nationalistische visie op het vreemdelingenprobleem
Het Vlaams Blok wordt tot vervelens toe beschuldigd van racisme omwille van zijn immigratiestandpunt. Wij wachten nog steeds op het eerste argument van onze tegenstanders om dat te staven. Dat we kritisch staan tegenover de ongebreidelde aangroei van allochtonen, maakt ons nog geen racisten. Wat is ons standpunt over het immigratieprobleem?
Veel immigranten wensen zoveel mogelijk de leefpatronen die ze gewend waren van thuis, te behouden. Dit is zeer menselijk en begrijpelijk. Het probleem is natuurlijk dat ze niet langer thuis zijn. Ze hebben hun thuis verlaten. Ze wonen nu in een land met een totaal verschillende taal en cultuur. Het vasthouden aan zoveel mogelijk gebruiken van thuis is niet de beste oplossing om zich bij ons thuis te voelen. Terwijl vroegere groepen inwijkelingen, zoals Grieken, Italianen en Polen, zich - overigens probleemloos - volledig aanpasten, o.a. omdat hun culturele achtergrond veel dichter bij de onze staat, was en is dit voor vele Turken en Marokkanen, de twee grootste groepen niet-Europese immigranten, niet zo gemakkelijk. Hun cultuur staat veel verder van de onze. Hun betrekkelijk groot aantal hier is ook eerder een rem op hun assimilatie tot onze cultuur. Als er zovele cultuurgenoten zijn, waarom inderdaad die cultuur opgeven? De aanwezigheid van heel wat mensen die blijven vasthouden aan de eigen cultuur leidt tot spanningen met de Vlaamse bevolking. Sommige gebruiken en praktijken vallen niet steeds in goede aarde. Dit wil niet noodzakelijk zeggen dat die praktijken slecht zijn, maar dit wil wel zeggen dat de oorspronkelijke bevolking er niet mee opgezet is. Een bijkomend probleem is dat sommige van die gebruiken niet zomaar anders zijn dan de onze, maar in onze ogen onaanvaardbaar zijn. Zo kent de Islam geen gelijkberechtiging van de vrouw en geen scheiding van kerk en staat. Dit soort gebruiken is en blijft onaanvaardbaar in een democratie. Er is uiteraard ook het probleem van de criminaliteit.
De oplossing is dan niet, zoals het multiculturele dogma predikt, dat beide culturen, autochtone en allochtone, naast elkaar moeten bestaan. We hebben zeer slechte ervaringen met anderstaligen die zich niet aan onze taal en cultuur willen aanpassen. Onze hoofdstad is een pijnlijk voorbeeld van het terugdringen van de Nederlandse cultuur door de Franse cultuur en nu stilaan ook door andere culturen. Wij willen herhalingen van dit verschijnsel in onze andere Vlaamse steden vermijden. Net zoals Franstaligen die zich niet publiek aanpassen aan de Nederlandse taal en cultuur van Vlaanderen niet welkom zijn in Vlaanderen om de culturele imperialist uit te hangen, moeten anderstaligen die een andere cultuur aanhangen, zich aan ons aanpassen of terugkeren naar hun thuis waar ze vrij zijn hun cultuur te behouden.
Het Vlaams Blok stelt vier algemene beleidslijnen voor om het immigratieprobleem in goede banen te leiden:
- De immigratiestop, officieel afgekondigd in 1974, moet ook in feite worden toegepast. De gezinshereniging moet plaatsvinden niet bij ons, maar in het land van herkomst.
- Illegale en criminele vreemdelingen en uitgeprocedeerde asielzoekers moeten worden teruggestuurd naar hun land. Illegalen mogen niet beloond worden voor hun wetsovertreding. Een aanmaning van uitgeprocedeerden om het land te verlaten is niet genoeg; zij moeten daadwerkelijk terugkeren.
- Vreemdelingen hebben de keuze om zich aan te passen of terug te keren. Het staatsburgerschap is een beloning voor de aanpassing. Om dat te bekomen moet men onze taal volledig beheersen, in een burgerschapsproef slagen, en een loyaliteitsverklaring afleggen en daarmee de vorige nationaliteit afzweren.
- Een “Eigen Volk Eerst”-beleid moet beletten dat onze sociale zekerheid een aanzuigeffect heeft.
Aanpassing aan onze cultuur
De Vlaamse steden werden de laatste decennia geconfronteerd met de massale aanwezigheid op hun grondgebied van mensen afkomstig uit een fundamenteel verschillende cultuuromgeving. Omdat de in 1974 afgekondigde immigratiestop wordt omzeild, hebben de gemeenten en (vooral) de grote steden te kampen met een toevloed van vreemdelingen. Ook kleinere en meer landelijke gemeenten, die tot nu toe gespaard bleven, worden nu steeds meer met het probleem geconfronteerd. Via illegale immigratie, gezinshereniging, gearrangeerde huwelijken, schijnhuwelijken en misbruik van de asielprocedure komen steeds meer vreemdelingen het land binnen. Dit verschijnsel neemt steeds grotere proporties aan doordat ook de georganiseerde misdaad de mensenhandel als lucratieve bezigheid heeft ontdekt.
De kloof tussen de cultuur van het thuisland en de cultuur van het gastland bleef voor de meeste immigranten veel te diep. Bijgevolg leven momenteel zeer grote aantallen allochtonen geconcentreerd in bepaalde wijken die na verloop van tijd de vorm aannemen van geďsoleerde gemeenschappen. De grijze eminentie van de Vlaamse pers, Manu Ruys, stelt dat het “een illusie (is) te menen dat de Arabische en Turkse moslims zullen opgaan in de christelijke denkwereld en beschaving” (De Standaard, 15 februari 2000). Er zijn in onze steden momenteel reeds talrijke voorbeelden te vinden van kleine Marokko’s of Turkijes. De geborgenheid van het getto maakt het contact met ‘Belgen’ extra overbodig. Van een samenleving van de hele stedelijke gemeenschap is al lang geen sprake meer. De vreemdelingen beschikken over een eigen sociaal, cultureel, religieus en commercieel netwerk. In zekere zin vormen zij autarkische gemeenschappen.
Het Vlaams Blok is als niet-confessionele partij uitdrukkelijk voorstander van de godsdienstvrijheid. Toch moeten we opmerken dat het proces van negatieve groeps- en gettovorming nog wordt versterkt door de bouw van moskeeën. Dit is ook om praktische redenen (bv. geluidsoverlast) problematisch. De moskee beklemtoont ook het islamitische karakter van een wijk en versterkt de apartheid ervan. De symboolfunctie van die moskeeën is zeer groot. De moslims beschouwen een wijk met een moskee als hun eigen territorium. Steeds meer Vlamingen voelen dat ook zo aan en ze verlaten deze wijken. De leegstaande woningen en de verlaten winkels worden zeer snel door nieuwe islamitische immigranten ingenomen. Daardoor ontstaat een vicieuze cirkel, die zeer moeilijk te doorbreken is. Enkel financieel zwakke en oude mensen, die niet meer kunnen verhuizen, blijven verweesd achter, in een soort binnenlands ballingschap. Zij zijn in deze buurten nog slechts een nauwelijks gedoogde minderheid. Zij zijn vreemdelingen geworden in hun eigen stad. Dit fenomeen moet worden omgekeerd.
De Belgische Staat draagt een enorme verantwoordelijkheid door zijn kortzichtige immigratiepolitiek, het lichtzinnig stimuleren van de gezinshereniging en het niet terugsturen van illegale, criminele en langdurig werkloze vreemdelingen naar het land van herkomst. Na jarenlange verwaarlozing van het probleem beseft de Belgische Staat nu dat de integratie verder af staat dan ooit, enkele individuele uitzonderingen niet te na gesproken. Men verkeert in de waan dat de integratie alsnog zal plaats vinden door aan de vreemdelingen steeds meer rechten toe te kennen en door een beleid te voeren van voortrekking van vreemdelingen, met andere woorden een “Eigen Volk Laatst”-beleid. Een zeer typisch voorbeeld daarvan is het pleidooi van sommige politieke partijen (o.a. Agalev) om gemeentelijke ambten ook toegankelijk te maken voor vreemdelingen die niet de Belgische nationaliteit hebben, en al evenmin een EU-nationaliteit. Dit zou uiteraard ten koste gaan van de Vlamingen. Het Vlaams Blok verzet zich krachtig tegen zulke plannen. Om in aanmerking te komen voor een gemeentelijke ambt moet men onze nationaliteit hebben. Kandidaten die naast het Belgisch staatsburgerschap ook een andere nationaliteit bezitten, moeten een grondige kennis kunnen aantonen van onze taal, onze normen en onze waarden. Het is overigens normaal dat iemand die werkzaam is in een overheidsdienst daaruit de nodige gevolgen trekt en afstand doet van zijn vorige nationaliteit. Een immigrant die echt uit overtuiging ‘Belg’ is geworden, zal daartoe zeker bereid zijn.
De wijken opnieuw leefbaar maken
Het Vlaams Blok wil dat de gewone Vlaming zich opnieuw thuis voelt in de Vlaamse steden. De aanzienlijke aanwezigheid van grote groepen niet geďntegreerde vreemdelingen in de steden heeft heel wat mensen vervreemd van hun vertrouwde omgeving. De concentratie van vreemdelingen in bepaalde wijken is naast de criminaliteit en de algemene verloedering een van de belangrijkste oorzaken van de stadsvlucht. Bovendien zijn het vooral de gegoede, koopkrachtige gezinnen die de steden verlaten. Deze binnenlandse emigratie is een van de oorzaken van de teloorgang van de lokale middenstand. Het betekent tevens een vermindering van de belastinginkomsten voor de steden, waardoor deze steden op hun beurt minder kunnen investeren in allerlei voorzieningen zodat de stad haar aantrekkingskracht dreigt te verliezen en de situatie van kwaad naar erger gaat. Vele steden hebben in toenemende mate te kampen met leegstand en verkrotting.
Wie kapitaalkrachtig genoeg is om een woning in een betere wijk of op het platteland te kopen of te huren, vertrekt. De armen en de ouderen van het eigen volk blijven vereenzaamd achter. Het Vlaams Blok beklemtoont dat de strijd tegen de vervreemding in onze steden een sociale strijd is. Het Vlaams Blok wil, in tegenstelling tot de traditionele partijen, de zwakkeren van ons eigen volk niet in de steek laten en zal blijven vechten voor leefbare Vlaamse steden. Het herstel van de leefbaarheid van de steden is niet alleen in het belang van de mensen die in deze steden wonen, leven of werken, maar is in het belang van elke Vlaming. De Vlaming heeft overal waar hij zich in eigen land bevindt, het recht om zich daar volledig thuis te voelen. Vlamingen moeten weer trots kunnen zijn op hun steden en moeten zich veilig en vrij voelen wanneer zij deze steden bezoeken.
Het Vlaams Blok wijst een samenleving af waarin men zich alleen nog veilig voelt onder de kerktoren van het eigen dorp en waarin men de steden alleen nog maar bezoekt wanneer het echt niet anders kan. Onze partij wil de leefbaarheid van de steden bevorderen door jonge Vlaamse gezinnen ertoe te bewegen in de stad te komen wonen. Hiertoe moeten de gelden van het Sociaal Impuls Fonds aangewend worden. Tot nu toe is het SIF al te vaak een middel om zoveel mogelijk geld naar vreemdelingenorganisaties en de multiculturele lobby te doen vloeien. In Antwerpen, Gent, Mechelen en andere grote steden gaat de helft van de SIF-middelen naar zogenaamde integratieprojecten voor vreemdelingen en naar projecten voor de bevordering van de multiculturele maatschappij. De lonen van de zogenaamde ‘wijkopbouwwerkers’, ‘straathoekwerkers’, ‘schoolopbouwwerkers’, en sinds kort ‘winkelstraatmanagers’ die in de volkswijken worden uitgezet om er als een soort ‘politieke commissaris’ te waken op het politiek correct gedrag van de buurt, worden er alle mee betaald. Men doet er, volgens het Vlaams Blok, beter aan het geld te besteden aan de veiligheidsproblematiek en aan de bestrijding van de overlast bij de autochtone bevolking in de gettowijken.
Naast onrechtstreekse impulsen (terugdringen van de criminaliteit, verfraaiing van het stadsbeeld, ontmoedigingspolitiek tegenover ongewenste vreemdelingen, enz.) zijn er eveneens rechtstreekse impulsen nodig om jonge Vlaamse gezinnen terug naar de steden te lokken. Het Vlaams Blok wenst dan ook dat er, in overeenstemming met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, een eigen-volk-eerst-politiek komt die de steden opnieuw aantrekkelijk maakt, ook voor autochtone gezinnen.
Het aanbieden van goedkope bouwgronden, rentetoelagen, belastingvoordelen, renovatiepremies, huurtoelagen, enz. kan dat mogelijk maken. In het verleden is afdoende gebleken dat sociale woningen - hoe noodzakelijk ook voor een betaalbare huisvesting voor bejaarden en behoeftigen - geen nieuwe inwoners aantrekken. De jonge gezinnen moeten in de eerste plaats de mogelijkheid krijgen een eigendom in de stad te verwerven aan voordeliger voorwaarden dan in de rand. Eigenaars zullen immers minder snel geneigd zijn de stad te verlaten. In heel wat steden vormen de gemeenten en de OCMW’s samen een van de grootste werkgevers, zoniet de grootste werkgever. Men zou kunnen denken aan een systeem dat de werknemers financiële voordelen toekent, wanneer zij zich met hun gezin in de stad komen vestigen.
Het Vlaams Blok wil de gettovorming zoveel mogelijk tegengaan. Getto’s verworden immers tot ‘no go areas’, zones die zo goed als ontoegankelijk zijn voor de politie en zelfs voor de hulpdiensten. Het Vlaams Blok eist dat recht en orde in de bestaande getto’s terugkeren. Iedereen moet immers de wet respecteren, vreemdelingen net zo goed als Vlamingen. Wanneer men verschillende maatstaven hanteert tegenover verschillende culturen en bevolkingsgroepen om de wet te doen naleven, schept men wel een multiculturele maatschappij, maar dat komt neer op een onaanvaardbare vorm van apartheid en op een uitholling van de rechtsstaat. Daarom zijn grotere politieaanwezigheid en talrijkere identiteitscontroles vereist in probleembuurten. Criminele vreemdelingen mogen niet de indruk krijgen dat onze politie niet durft optreden. De kloof tussen de lakse aanpak van de criminaliteit in ons land enerzijds en de ultrarepressieve aanpak in het land van herkomst anderzijds leidt bij heel wat vreemdelingen tot een gevoel van straffeloosheid en tot minachting voor de permissieve samenleving van het gastland.
In bepaalde steden, gemeenten en wijken waar veel criminaliteit voorkomt, is een zero-tolerantiebeleid de enige uitweg. In heel wat Vlaamse steden is de toestand vandaag ronduit dramatisch omdat de traditionele partijen nooit de moed hebben gehad de confrontatie met de criminaliteit in de getto’s aan te gaan, of omdat zij angst hebben om ‘ondemocratisch’, ‘onverdraagzaam’, of ‘racistisch’ genoemd te worden door de ‘politiek correcte’ opiniemakers. Het spreekt vanzelf dat het Vlaams Blok criminelen van Vlaamse afkomst niet wil ontzien of goedpraten. Wij eisen een harde aanpak van alle criminaliteit en een strenge bestraffing van iedereen, autochtoon of allochtoon, die zich schuldig maakt aan misdrijven.
Het is onduldbaar dat men sommige misdrijven, uit angst voor rellen of voor het verwijt van racisme, toleranter aanpakt, enkel en alleen omdat vreemdelingen ze plegen. Vlaanderen moet een krachtig signaal uitzenden dat het geen misbruik van zijn gastvrijheid duldt. Vreemdelingen die veroordeeld worden tot een effectieve gevangenisstraf van drie maanden of meer, moeten het land uitgezet worden via een procedure van ongewenstverklaring of ontzegging van voortgezet verblijf, zoals die reeds in Nederland van kracht is. Vreemdelingen met de dubbele nationaliteit die binnen een termijn van vijf jaar na de verwerving van de Belgische nationaliteit veroordeeld worden tot een effectieve gevangenisstraf van meer dan drie maanden, moeten bovendien automatisch de Belgische nationaliteit verliezen. Een veroordeling tot een effectieve gevangenisstraf van een jaar of meer binnen een termijn van tien jaar na de verwerving van het Belgische staatsburgerschap, moet hetzelfde gevolg hebben.
Asielzoekers
De Vlaamse gemeenten worden momenteel overspoeld door asielzoekers. In theorie is de asielprocedure bedoeld voor mensen die in hun vaderland het slachtoffer zijn van terreur of vervolging, maar in praktijk beantwoordt slechts een zeer klein percentage van de asielzoekers aan deze definitie. Wij hebben geen bezwaar tegen de opvang van échte politieke vluchtelingen uit ons continent. De asielprocedure mag bovendien niet misbruikt worden door personen die alleen maar proberen hun economische positie te verbeteren. De term "economische vluchtelingen" is in dat opzicht trouwens misleidend. Het gaat hier niet om de allerarmsten uit de ontwikkelingslanden. Die mensen beperken zich meestal tot binnenlandse migraties, van het platteland naar de grote steden in hun eigen vaderland. De meeste zogenaamde economische vluchtelingen behoren in hun thuisland tot de min of meer begoede middenklasse. Alleen zulke mensen zijn trouwens in staat mensensmokkelaars te betalen en valse papieren (visa, paspoorten, reisdocumenten, arbeidsvergunningen…) te kopen in het criminele circuit.
Heel wat asielzoekers zijn enkel en alleen uit op materiële lotsverbetering: ze vragen in België asiel aan omdat ze hier meteen uitkeringen krijgen. Het OCMW kent immers meteen het levensminimum toe aan de kandidaat politieke vluchtelingen. Voor samenwonende echtgenoten bedraagt dit 27.341 frank, voor alleenstaanden 20.505 frank. Daar bovenop komt er nog een toelage voor de inwonende kinderen. Zodra de vluchteling erkend is, krijgt hij het bestaansminimum plus een huur- en verwarmingstoelage en een leeftijdsbijslag voor de kinderen. In de periode 1990-1997 waren er 122.712 asielaanvragen, waarvan er slechts 9.592 ingewilligd werden (ongeveer 8%). Tijdens dezelfde periode werden er slechts 7.710 repatriëringen uitgevoerd. Het overgrote deel van de niet-erkende asielzoekers (85,9%) werd dus niet effectief gerepatrieerd naar het land van herkomst. In 1998 viel het aantal repatriëringen zelfs helemaal stil.
Het Vlaams Blok klaagt al meer dan tien jaar de misbruiken van het politiek asiel aan. Die hebben op onaanvaardbare en illegale wijze een lachertje van de immigratiestop gemaakt. Al de vorige regeringen én de huidige regering dragen verantwoordelijkheid in dit dossier. Door de grote concentratie van asielzoekers en illegalen in onze grote steden, die (illegalen) de grootste beschutting bieden, is het asielvraagstuk in belangrijke mate een grootstedelijk probleem. De culturele eigenheid en de leefbaarheid van de steden komt mede hierdoor sterk onder druk.
Het Vlaams Blok pleit voor een waterdichte immigratiestop, die trouwens in 1974 werd afgekondigd. Deze ‘immigratiestop’ is echter zo lek als een zeef, want via het systeem van gezinshereniging, schijnhuwelijken, politiek asiel en dergelijke meer hebben zich hier sindsdien meer dan 500.000 nieuwe vreemdelingen gevestigd. Zo moet er o.m. paal en perk gesteld worden aan het misbruik van de gezinshereniging. Wij eisen dat er een einde komt aan de praktijk van de uithuwelijking, die manifest in strijd is met de algemeen aanvaarde Europese normen. Bovendien eisen wij een verstrakking van de wetgeving ter beteugeling van de schijnhuwelijken. Momenteel beschikt de ambtenaar van de burgerlijke stand reeds over de mogelijkheid om de huwelijksvoltrekking te weigeren wanneer hij op basis van een aantal criteria van oordeel is dat het om een schijnhuwelijk gaat. Het Vlaams Blok wenst de ambtenaar van de burgerlijke stand meer bevoegdheden te verlenen, zodat hij een betere controle kan uitoefenen.
De grote achterpoort waarlangs niet-Europese inwijking verloopt, is de lakse asielprocedure die in ons land bestaat. Het Vlaams Blok vindt dat vluchtelingen het best worden opgevangen in de eigen culturele omgeving en wil daarom dat het territorialiteitsbeginsel wordt ingeschreven in de Conventie van Genčve. Het zou veel logischer zijn vluchtelingen in een buurland met een verwante cultuur op te nemen.
Nog steeds worden illegalen dagelijks onderschept en dan meteen vrijgelaten met het bevel het grondgebied te verlaten. Enkele dagen later worden zij opnieuw gevat en krijgen zij opnieuw een bevel het grondgebied te verlaten, dat zij vanzelfsprekend opnieuw aan hun laars lappen. Het Vlaams Blok pleit voor de oprichting van de nodige gesloten opvangcentra om de repatriëring op een efficiënte manier te laten verlopen. De asielzoekers moeten in afwachting van de definitieve erkenning van hun aanvraag of van hun uitwijzing in gesloten instellingen ondergebracht worden. Zoniet zullen de afgewezen asielzoekers verdwijnen in de illegaliteit. Asielzoekers zullen er geen belang meer bij hebben allerlei vertragingsmanoeuvres uit te voeren, wanneer zij in een gesloten instelling vertoeven.
Een systeem van gesloten opvangcentra heeft nog bijkomende voordelen. Ten eerste wordt de overlast voor de buurtbewoners tot een minimum beperkt. Ten tweede kunnen gesloten centra valse asielzoekers ontmoedigen en afschrikken, terwijl het voor de échte vluchtelingen slechts een kortstondig ongemak betekent: wie uit vrees voor marteling of executie zijn land is ontvlucht, zal niet zwaar tillen aan een verblijf van enige weken of maanden in een veilig en relatief comfortabel opvangcentrum, al is het dan van het gesloten type. Ten derde krijgen criminelen in een gesloten opvangcentrum geen kans. Natuurlijk zijn niet alle asielzoekers misdadigers. Maar er zit altijd kaf tussen het koren, dus moet de overheid maatregelen treffen om de veiligheid van de omwonenden te garanderen. Dat is geen overbodige luxe. In de omgeving van het Asielzoekerscentrum in het Friese plaatsje Kollum pleegden ‘jongeren’ uit het centrum in minder dan drie jaar tijd één lustmoord, twaalf verkrachtingen en achttien aanrandingen. De veiligheid van onze eigen mensen is dus een zeer krachtig argument tegen de open asielcentra.
Gemeenten moeten inspraak krijgen in de vestiging van centra voor asielzoekers. In een echte democratie is het ondenkbaar dat een gemeente een asielcentrum opgedrongen krijgt zonder dat de inwoners en het bestuur van die gemeente daar inspraak in hebben gehad. De ideale oplossing is hierover gemeentelijke referenda te organiseren. Men kan dan asielcentra inplanten in gemeenten die daar met een democratische meerderheid voor gekozen hebben.
Het Vlaams Blok wil niet dat ons land het OCMW wordt van de hele wereld. Om asielzoekers te ontmoedigen, die enkel en alleen een asielaanvraag indienen omwille van de financiële voordelen die kandidaat politieke vluchtelingen genieten, mag er voortaan nog slechts materiële hulp verleend worden.
Het Vlaams Blok is een tegenstander van het spreidingsplan voor asielzoekers, waardoor de diverse gemeentelijke OCMW’s elk een aantal asielzoekers toegewezen krijgen. Door de enorme stijging van het aantal asielaanvragen (bijna 5.000 in december 1999) is er in de federale opvangcentra geen plaats meer, waardoor de asielzoekers naar de OCMW’s doorverwezen worden. Dit zorgt voor een sterke toename van de werkdruk voor de OCMW’s die tijdelijke huisvesting moeten zoeken en organiseren. Dit alles heeft geleid tot onhoudbare toestanden, waardoor de normale dienstverlening van de OCMW’s in het gedrang komt. De eigen bevolking krijgt zo de indruk dat het OCMW enkel en alleen ten dienste staat van vreemdelingen. De OCMW’s zijn niet voorzien op de massale opvang van asielzoekers. Er is een gebrek aan gekwalificeerd personeel, aan huisvesting en aan infrastructuur.
OCMW, politie en Rijkswacht moeten beter samenwerken zodat het OCMW alle informatie over vreemdelingen ontvangt. Nu is het nog steeds mogelijk dat asielzoekers onder verschillende namen in verschillende gemeenten tegelijk het bestaansminimum gaan opstrijken. Er moeten ook regelmatige controles op het zwartwerk uitgevoerd worden. Zwartwerk is op zich al een overtreding van de wet. De combinatie ervan met illegaal verblijf maakt het vergrijp nog erger. Als iemand die legaal in het land verblijft aan zwartwerk doet, zijn de gevolgen voor hemzelf en voor de samenleving alleen van financiële aard. Maar zwartwerk van illegalen brengt een hoop ongewenste maatschappelijke nevenverschijnselen met zich mee. De illegale zwartwerker is veel kwetsbaarder voor uitbuiting en misbruiken dan zijn legale collega, en de georganiseerde misdaad maakt daar systematisch misbruik van. Zwartwerk door illegalen heeft een sterk aanzuigend effect op verdere illegale immigratie, en draagt bij tot het ontstaan van een illegale submaatschappij die sterk verweven is met het criminele milieu. Werkgevers die illegalen tewerkstellen, moeten dan ook zeer hard aangepakt worden. Zij overtreden niet alleen de arbeidswetgeving, maar dragen ook bij tot het ontduiken van de immigratiewetten en onrechtstreeks tot het ontstaan van mensenhandelsnetwerken.
Regularisatie
Met veel tromgeroffel kondigde de regering, zogezegd als tegenwicht voor de regularisatieoperatie, de hervatting van de gedwongen repatriëringen van uitgeprocedeerde vreemdelingen en andere illegalen aan. Daarvan is bitter weinig in huis gekomen. Tijdens de laatste vier maanden van 1999 waren er slechts 200 (!) repatriëringen. Het gaat daarbij enkel om showoperaties om de bevolking de indruk te geven dat de regering krachtdadig optreedt. Karel De Gucht, de voorzitter van de VLD, verklaarde tijdens een debat op De Zevende Dag dat er 50.000 illegalen zouden moeten gerepatrieerd worden. Aan het huidige tempo duurt het nog tot het jaar 2064 vooraleer die opdracht zal volbracht zijn, en dan mogen er geen nieuwe illegalen meer bijkomen. Het ontbreken van een effectief uitzettingsbeleid heeft dit tot gevolg: wie er op uit is om misbruik van de asielprocedure te maken - dit blijkt de meerderheid van de asielzoekers te zijn, asielbedriegers dus - gaat er van uit dat hij hier, louter door het indienen van een aanvraag, te eeuwigen dage kan verblijven. In 1999 bereikte het aantal asielaanvragen met 35.000 een triest hoogtepunt. Dit betekent een verdrievoudiging ten opzichte van 1995 en bijna een verachtvoudiging ten opzichte van 1988.
Tegenover de afwezigheid van een kordaat terugkeerbeleid voor illegale vreemdelingen stelt het Vlaams Blok de harde aanpak van de illegaliteit. De politie moet zich systematisch bezighouden met het opsporen van illegalen, met de controle op de tewerkstelling van clandestienen, met het oprollen van netwerken, enz. Het helpen onderduiken van illegalen en uitgeprocedeerde asielzoekers moet streng bestraft worden. De huidige regularisatieoperatie is totaal absurd. De illegaal of uitgeprocedeerde asielzoeker wordt beloond met een verblijfsvergunning van onbeperkte duur omdat hij lang genoeg ondergedoken was en dus lang genoeg de wet overtreden heeft. Het Vlaams Blok wil dat de regering deze mensen onmiddellijk uitwijst. Een beloning voor het overtreden van de wet is volkomen misplaatst en betekent een kaakslag voor ons eigen volk. Er zijn 32.662 aanvragen tot regularisatie ingediend. Eén aanvraagdossier kan echter betrekking hebben op meerdere personen. Volgens schattingen van de NGO’s zou één dossier gemiddeld staan voor anderhalve persoon. Ongeveer 50.600 illegalen zullen dus uiteindelijk in aanmerking komen voor een permanente verblijfsvergunning. De regularisatiecommissie zou naar schatting 75% van de ingediende aanvragen inwilligen. In het kader van de gezinshereniging kunnen daar na verloop van tijd nog ettelijke tienduizenden bijkomen. De geregulariseerde personen hebben recht op de uitkering van het bestaansminimum en op een hele reeks bijkomende voordelen, zoals geneeskundige voorzieningen en sociale woningen.
Het Planbureau raamt de kostprijs van de regularisatie op 23 miljard BEF voor de komende vijf jaar. Men houdt hierbij enkel rekening met de uitgavenposten OCMW, kinderbijslag en gezondheidszorg. De werkloosheidsvergoedingen werden bv. niet meegerekend omdat men er van uit gaat dat de geregulariseerden de eerste jaren nog geen steun zullen trekken. De uiteindelijke kosten liggen dus nog een pak hoger.
De traditionele partijen rechtvaardigen de regularisatie door te wijzen op de onhoudbaarheid van de massale aanwezigheid van illegale vreemdelingen op ons grondgebied. Zij zijn echter, gezien hun jarenlange beleidsverantwoordelijkheid, zelf verantwoordelijk voor die situatie. In plaats van de illegalen te verwijderen, kiest de federale regering ervoor om de gevolgen van haar falende beleid op de lokale besturen af te wentelen. Neem nu het voorbeeld van de stad Antwerpen met 4.700 regularisatieaanvragen. Daarvan zullen er naar schatting 3.500 ingewilligd worden. De staat betaalt wel het bedrag van het bestaansminimum terug aan de OCMW’s, maar niet de extra personeelskosten, de medische kosten, de sociaal-professionele begeleiding van de geregulariseerde vreemdelingen enz. Volgens ramingen van de regeringscommissaris, nu minister, voor het grootstedelijk beleid Charles Picqué zou de jaarlijkse kostprijs van één regularisatiedossier voor de OCMW’s ongeveer 40.000 frank bedragen. Deze grap kost het Antwerpse OCMW jaarlijks 140 miljoen frank. Wanneer er geen federale tegemoetkoming voor de bijkomende financiële lasten van de OCMW’s komt, zal dit zeker leiden tot besparingen en tot het afbouwen van voorzieningen elders. Opnieuw zijn de behoeftigen van ons eigen volk hiervan de dupe.
De regularisatie zal het probleem van de illegaliteit in de toekomst bovendien niet oplossen. Er komen steeds meer nieuwe illegalen ons land binnen. Het ziet er niet naar uit dat de regering echt werk zal maken van massale repatriëringen. Niet alle illegalen die zich momenteel reeds op ons grondgebied bevinden (naar schatting tussen de 100.000 en de 150.000) hebben een aanvraag ingediend. Het valt dus te vrezen dat de recente regularisatieoperatie slechts de eerste is van een lange reeks, net zoals dit ook in andere Europese landen het geval was.
onze eisen:
- Vreemdelingen die zich hier permanent willen vestigen, moeten zich volledig assimileren. Het alternatief is een begeleide terugkeer naar het land van oorsprong.
- Criminele en illegale vreemdelingen moeten onmiddellijk gerepatrieerd worden. Het Vlaams Blok wijst de huidige regularisaties af. Het huidige ‘beleid’ van repatriëringen is slechts een druppel op een hete plaat.
- Asielzoekers moeten ondergebracht worden in gesloten opvangcentra. Alleen echte politieke vluchtelingen mogen in aanmerking komen voor asiel, economische vluchtelingen niet. Vluchtelingen moeten in de eerste plaats opgevangen worden in hun eigen regio.
- Er moet werk gemaakt worden van een waterdichte immigratiestop. Daartoe moeten onder andere strenger opgetreden worden tegen schijnhuwelijken, mensensmokkel en misbruik van de asielprocedure. Ook het systeem van gezinsherenigingen moet herzien worden.
- Het Vlaams Blok verwerpt het huidige spreidingsplan voor asielzoekers. De gemeenten moeten inspraak krijgen in de vestiging van centra voor asielzoekers. Hierover moeten er bindende gemeentelijke referenda komen.
- Er moet hard opgetreden worden tegen de illegaliteit, en tegen zwartwerk door illegalen. De OCMW’s en de politiediensten moeten nauwer samenwerken en alle informatie over asielzoekers uitwisselen, zodat het onmogelijk wordt dat dezelfde asielzoeker onder verschillende namen in verschillende gemeenten het bestaansminimum gaat opstrijken.
- De huidige naturalisatiewetgeving is veel te soepel. Naturalisatie zou slechts mogelijk mogen zijn na het afleggen van een inburgeringsproef die ook een ernstig taalexamen omvat. Wie zich tot Belg laat naturaliseren moet afstand doen van zijn vorige nationaliteit. Als een ‘nieuwe Belg’ een ernstig misdrijf pleegt, moet zijn nationaliteit worden ingetrokken.
- Om in aanmerking te komen voor een gemeentelijk ambt moet men over onze nationaliteit beschikken. Dit mag niet omzeild worden door het aanwerven van contractuelen.
[Terug] | [Naar voorpagina] | [Polinco forum] | [APN] | [Say "NO!"]
Dit verhaal als text afladen
|