Voor de rechter ermee!
NRC Handelsblad
van 4 april 1998
Justitie is steeds feller tegen discriminatie.
door Bas Blokker
Als Janmaat zegt: Ik wil de multiculturele samenleving
afschaffen, zegt de rechter: u bedoelt dat u tegen gelijke behandeling bent, en
veroordeelt hem. Is dat wel nodig, vragen juristen zich af. Wordt de vrijheid van
meninguiting zo niet te zeer beperkt? Soms is een boze brief in de krant voldoende
verweer.
- Vol is vol: 7.500 gulden boete.
- Weg met de multiculturele
samenleving: twee maanden voorwaardelijk.
- Homoseksualiteit net zo erg als diefstal: voor
de rechter ermee!
Als een havik loert het openbaar ministerie op discriminerende
uitlatingen. En als ze het zelf niet meteen ziet, is er altijd wel een anti-discriminatie
organisatie die er op wijst. Uit vrees voor het infectiegevaar van extreem-rechts, zoals
de Amsterdamse advocaat-generaal Korvinus het uitdrukt. Maar het is een overdreven angst,
zeggen andere juristen. En in zijn ijver om racisten te straffen, walst de rechter volgens
hen te vaak over de vrijheid van meningsuiting heen.
Antidiscriminatiewetgeving is de afgelopen jaren steeds
strenger geworden. In 1969 kon de minister van Justitie nog kalm stellen dat belediging
van de gastarbeiders niet strafbaar was volgend het Wetboek van Strafrecht
daar ging het immers om belediging wegens ras. De rechter heeft vanaf
1976 een ruimere uitleg gegeven aan het begrip ras. Tien jaar later werd de wet in die zin
aangescherpt. En nog eens tien jaar later, in 1991, werd ook discriminatie wegens sekse en
heterogenen homoseksuele gerichtheid strafbaar. Binnenkort zal L. van Dijke,
fractievoorzitter van de Reformatorische Politieke Federatie (RPF), zich voor de rechter
moeten verantwoorden. Bovendien is de Richtlijn Discriminatiezaken, waarin de
procureurs-generaal het openbaar ministerie zeggen hoe het met de wet moet omgaan, ook
steeds scherper geworden. Het laatst nog in september, met passages als: Het
openbaar ministerie moet een geloofwaardige en betrouwbare bondgenoot zijn in de strijd
tegen discriminatie. Of: In de strafmaat en de toonzetting van het requisitoir
dient de volstrekte maatschappelijke afwijzing van discriminatie duidelijk naar voren te
komen.
Het landelijk bureau ter Bestrijding van
Rassendiscriminatie heeft de gegevens opgeslagen van 1.374 rechtszaken. Dat zijn alle
discriminatiegevallen die ooit in Nederland voor de rechter zijn gekomen. Volgende maand
staat als klap op de vuurpijl de ontbinding van CP86 op de rol bij de Amsterdamse
rechtbank. Mocht de rechter daartoe besluiten, dan is het voor het eerst sinds 1945 dat
een partij verboden wordt verklaard, zoals dat toen met de NSB gebeurde.Dit
strafrechtelijk offensief om de invloed van discriminerende politici te bepreken is zeer
succesvol geweest of het nu een bewuste strategie was of niet. Extreem-rechts is
bij de raadsverkiezingen in maart weggevaagd. Fractievoorzitter H. Janmaat van de
Centrumdemocraten klaagde nadien in deze krant over de overdreven aandacht van justitie.
Het laatste vonnis dat over hem werd geveld, kwam van het hof in Arnhem. Men nam daar de
conclusie over dat Janmaat tot haat had aangezet met zijn aankondiging: Wij
schaffen, zodra wij de mogelijkheid en de macht hebben, de multiculturele samenleving
af. Want zei, de rechter, onder multiculturele samenleving kunnen wij niets
anders verstaan dan een samenleving waar iedereen op voet van gelijkheid leeft. Wie die
wil afschaffen, si dus tegen gelijkheid: 9000 gulden boete."Wat mag ik dan nog
uitspreken", vroeg Janmaat zich in deze krant af. Hij had het aan een advocaat
voorgelegd. Zeg maar niets meer, luidde diens advies. "Zover zijn we in
Nederland gekomen."
De een en andermaal veroordeelde politicus krijgt bij zijn
klacht steun uit onverdachte hoek. "De overheid moet wel een goede reden hebben om
racisten de mond te snoeren", zegt rechtsfilosoof Th. Rosier. "En moet kunnen
aantonen dat hun uitingen voldoende kwalijk zijn om onderdrukking te rechtvaardigen."
Rosier, docent rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, bespeurt in zijn
proefschrift Vrijheid van meningsuiting en discriminatie in Nederland en Amerika, de
"neiging om discriminerende meningsuiting te veel aan banden te leggen". Rosier,
die in Oktober promoveerde, zegt desgevraagd: "Ik zou het idioot vinden als Leen van
Dijke werd veroordeeld ook al vind ik hem niet achtenswaardig. Het is al waanzinnig
dat het tot vervolging is gekomen. En dat geldt ook voor het geneuzel van Janmaat."
Ook de Amsterdamse hoogleraar informatierecht G. Schuijt
vindt "dat men niet zo snel met het strafrecht moet komen aanzetten". Het
anti-racisme heeft, zegt hij, heeft een sterke lobby. "En het OM is gevoelig voor
lobbys. Men wil niet het verwijt krijgen dat men te laks is bij de bestrijding van
racisme."
Rosier stelt voorop dat Nederland het deze eeuw nog niet
zo gek heeft gedaan als het om de vrijheid van meningsuiting gaat. "Ik geloof niet
dat voor staatsondermijnende uitlatingen ooit meer is gegeven dan zes maanden cel."
Maar als discriminatie in het geding is, moet de vrijheid van meningsuiting al snel
wijken: "Daar hebben we in de VS een slechte reputatie mee opgebouwd."
In de luren
De rechter lijkt extra gespitst te zijn als de verdachte
met zijn discriminerende uitlatingen politieke bedoelingen heeft. Schrijvers bijvoorbeeld
hebben met meer succes een beroep gedaan op de vrijheid van meningsuiting dan aanhangers
van extreem-rechts. Columnist Theodor Holman ging vrijuit, hoewel hij had geschreven:
"Nog steeds vind ik iedere christenhond een misdadiger
" En columnist Theo
van Gogh kreeg zo ongeveer bij ieder gremium een ander oordeel te horen over zijn
belediging aan het adres van joden, in de vorm van een scheldcolumn tegen de schrijver
Leon de Winter.
Zo hard als de uitlatingen van deze columnisten zijn die
van Janmaat en de zijnen niet meer. Dat hebben ze wel geleerd van alle veroordelingen. Een
man als Joop Glimmerveen, leider van Nederlandse Volksunie, riep nog: Alle
Surinamers het land uit! Maar als Janmaat zegt: Wij zijn tegen de
multiculturele samenleving, is dat dan niet een oordeel over de inrichting van de
maatschappij? En is het niet bij uitstek het recht van een politieke partij om daarover
een afwijkende mening te koesteren?
Volgens de Amsterdamse politicologen M. Fennema heeft de
rechter met zijn veroordeling van Janmaat een taboe gelegd op de legitieme discussie over
de inrichting van de maatschappij. "Je mag er kennelijk wel over praten, maar je mag
er niet tegen zijn." Volgens hem beperkt de rechter het democratische proces (de
vrije wisseling van ideeën) te zeer door het recht van allochtonen om van beledigingen
verschoond te blijven, zwaarder te laten wegen dan de vrijheid van meningsuiting. "In
een democratie mag men verwerpelijke ideologieën bestrijden, maar niet verbieden",
aldus Fennema. Of zoals Schuijt zegt: " Een boze brief in de krant is soms voldoende
verweer."
De vrees dat de rechter door de grenzen van de wet breekt,
om maar uitlatingen van extreem-rechts te kunnen blijven veroordelen ook al zijn de
bewoordingen van die uitlatingen zelf niet discriminerend. Fennema stelt: "De
categorie discriminatie is opgerekt tot ze ook omvat: wens tot discriminatie."
Rosier, die voor zijn proefschrift vele rechterlijke uitspraken op dit gebied las, begreep
er eerst niets van. " Ik dacht dat ik gek was. Maar het is werkelijk totaal
onbegrijpelijk hoe rechters tot dergelijke uitspraken hebben kunnen komen."
"Het is ingewikkeld", vindt de Amsterdamse
advocaat-generaal A. Korvinus. Zij heeft een lange staat van dienst als het om
discriminatiezaken gaat en heeft onder meer Theodor Holman en Theo van Gogh in hoger
beroep vervolgd. "Eerst kijkt de rechter naar de aard, de formulering van een
passage", aldus Korvinus, "Dan naar de context en de strekking. Maar hij wil ook
graag weten wat de motieven van de verdachte zijn zelfs al zijn die voor de
bewezenverklaring niet van belang. De rechter moet zich niet in de luren laten leggen als
de precieze woorden niet discrimineren."
Terwijl dit juristen als Rosier al te ver gaat, vindt het
Landelijk bureau ter Bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR) het nog te slap. "Het
OM is nog altijd te voorzichtig met vervolging", zegt juridisch medewerker R. du
Long, "Veel zaken halen de rechtbank niet eens, en daar mislukken er nog te
veel." Du Long noemt de stelling weg met de multiculturele samenleving
één uitspraak in een lange reeks van Janmaat. "Zonder twijfel", zegt Du Long,
"speelden racistische motieven daarbij een rol. Als een willekeurig andere persoon
die uitspraak had gedaan, was er niks aan de hand geweest. Maar dit was Janmaat, voor een
publiek van extreem-rechtse demonstranten.
Officier van justitie M. Verwiel, die Janmaat in deze zaak
vervolgde, herinnert zich dat het LBR haar meteen na de demonstratie belde. Wat ze eraan
ging doen. Ik denk er nog over, zei ze. Twee weken later belde het bureau nog eens terug.
Wist ze het al? Verwiel zegt met nadruk dat de telefoontjes haar besluit om tot vervolging
over te gaan, niet hebben beïnvloed. Maar de gang van zaken zegt wel iets over het belang
dat het LBR hecht aan een veroordeling door de rechter.Van zon uitspraak gaat een
belangrijk signaal uit, zegt Du Long. "De rechter handhaaft de algemeen aanvaarde
maatschappelijke waarden en normen. En misschien komt er ooit nog een moment waarop de
uitspraken van Janmaat helemaal binnen de kaders van de wet blijven. Dat is dan mooi.
Alleen denk ik dat extreem-rechts tegen die tijd niet meer bestaat. Dan is er voor de
achterban niet veel meer aan."
De vraag dringt zich op of de strafrechter meningen
bestrijdt die de staat onwelgevallig zijn. Politicoloog Fennema denkt van wel. Hij wijst
op de aansturing van het beleid van het openbaar ministerie. "Dat is een
deftig woord voor politiek bedrijven: De minister stelt er prijs op als je dat hard
aanpakt." Fennema ziet vooral een cultuurverandering achter de harde aanpak van
discriminatiezaken. "De instroom van nieuwelingen onder wie veel vrouwen
heeft vertegenwoordigers van een andere cultuur de rechterlijke macht en de
magistratuur binnengebracht. Het oude justitie-apparaat droeg een liberaal stempel. Het
nieuwe is beïnvloed door de sociale beweging en is meer van progressieve snit. Dat zijn
mensen die eerder geneigd zijn te kiezen voor het slachtoffer in de maatschappij."
Of, zoals rechtsfilosoof Rosier zegt: "Rechters
deinen mee op de golven van de politieke correctheid."
Een gruweldaad
"Bedriegt u niet. Ontuchtigen, afgodendienaars,
overspelers, wellustelingen, knapenschenners, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars
en rovers zullen geen deel hebben aan het koninkrijk Gods. 1 Korinthiërs 6, de
versen 9,10 en 11, de gereformeerd politicus Van Dijke heeft ze direct bij de hand. Hij
had ook Leviticus 20:13 kunnen aanhalen: Wanneer iemand bij een man ligt als bij een
vrouw, bedrijven beiden een gruweldaad; ze moeten ter dood worden gebracht: er rust
bloedschuld op hen.
"De hele Bijbel", zegt Van Dijke, "getuigt
van een aversie tegen homoseksuelen." En de hele Bijbel algemeen verkrijgbaar,
niet verboden dat is nu net waar de RPF haar bestaansrecht aan ontleent. Vandaar
dat Van Dijke zich in het weekblad Nieuwe Revu de zinsnede kon laten ontvallen
Waarom zou een praktiserend homoseksueel beter zijn dan een dief?, zonder
erbij stil te staan dat zoiets als discriminatie kon worden opgevat. Hij is er, bijna twee
jaar later, nog beduusd van. Vooral het langdurige verhoor van de rijksrecherche heeft
indruk gemaakt. "In je beleving speelt zoiets alleen wanneer je crimineel bent."
Of politieke motieven bij de vervolging hebben meegespeeld, laat Van Dijke in het midden.
Maar wel toevallig dat het bericht van de vervolging juist tijdens de verkiezingscampagne
naar buiten kwam twee jaar na het feit. "En de media wisten het eerder dan
ikzelf", zegt Van Dijke, "Het zou mij dan ook niet verbazen wanneer is precies
op 6 mei moet voorkomen."
Van Dijke had zijn uitspraak niet discriminerend bedoeld,
zegt hij. Hij had juist het tegenovergestelde geprobeerd uit te drukken. "Het ging om
de wijze waarop mijn woorden zijn verstaan. Boris Dittrich begon al voor het interview was
verschenen te kraaien dat ik had gezegd: homoseksuelen zijn criminelen". Die
heeft er een kruistocht van gemaakt.
D66,
de partij van Dittrich, speelt een intrigerende rol in het
discriminatiedebat. De liberale partij is, als het om extreem-rechts
gaat, niet altijd even liberaal, vindt rechtsfilosoof
Rosier. Zo pleitte kamerlid Th. de Graaf voor de opheffing
van parlementariërs hun vrijheid van meningsuiting
als gewoon burger wordt al voldoende beschermd, vingt hij.
Dat zou betekenen dat Janmaat ook kan worden veroordeeld voor
wat hij in de kamer zegt. Verder vindt hij dat wie herhaaldelijk
is veroordeeld wegens het aanzetten tot vreemdelingenhaat,
het passief kiesrecht ontnomen moet worden.
Rosier,
die met name de houding van Dittrich antiliberaal en
antidemocratisch noemt, wijst er fijntjes op dat onlang
uit onderzoek bleek dat D66 oververtegenwoordigd is in
de rechterlijke macht. Dittrich, zelf oud-rechter, zette
in de krant uiteen waarom Van Dijke zich niet kon beroepen
op een absolute godsdienstvrijheid, zomin als
op absolute vrijheid van meningsuiting. "Met
dit soort opvattingen", schreef hij, "worden homoseksuelen
teruggeworpen naar hun maatschappelijke isolement." Van
Dijke is zich van geen kwaad bewust. "Je wordt bijna
veroordeeld tot politiek correct gedachtegoed, anders pakt
Boris Dittrich je."